Hidradenitis suppurativa, acne inversa, acne ectopica Chirurgie bij Hidradenitis suppurativa TNF-blokkers (Remicade (infliximab) en Humira (adalimumab)) bij Hidradenitis suppurativa Richtlijnen voor de behandeling van Hidradenitis suppurativa Literatuur behorend bij de richtlijn Hidradenitis suppurativa Links over Hidradenitis suppurativa Sitemap (Inhoudsopgave van www.hidradenitis.eu

 

HIDRADENITIS SUPPURATIVA LITERATUUR

 

Inhoudsopgave

 

- inleiding

- epidemiologie

- pathofysiologie

- klinisch beeld

- kwaliteit van leven

- diagnostiek

 

- therapie

     - lokale therapie

     - systemische therapie

 

- TNF-alpha remmende middelen

     - infliximab

     - adalimumab

     - etanercept

     - welke is het meest effectief ?

     - behandelcriteria

     - voorzorgsmaatregelen

     - doseringen en kosten

     - conclusies en aanbevelingen

 

- chirurgisch ingrijpen

     - incisie en drainage

     - deroofing

     - lokale excisie

     - laser behandeling

     - overige behandelingen

 

- leefmaatregelen

- levels of evidence

 

 

OmhoogVII. THERAPIE

 

Overzicht mogelijke behandelingen bij hidradenitis suppurativa:

 

A. LOKALE THERAPIEňN

Lokale antibiotica en antiseptica

- clindamycine lotion

- fusidinezuur crŤme

- erytromycine lotion

- antiseptische therapie

    - Betadine scrub

    - Hibiscrub

    - Unicura zeep

 

Andere lokale therapieŽn

- Keratolytica

     - resorcinol

- Lokale retinoÔden

     - tretinoÔne

     - isotretinoÔne

     - adapalene

     - tazarotene

- Lokale anti-inflammatoire therapie

     - azelaÔnezuur

     - intralesionale corticosteroÔden

  

 

 

B. SYSTEMISCHE THERAPIEňN

 

Systemische antibiotica

- tetracyclinen

     - tetracycline

     - doxycycline

     - minocycline

- erytromycine, claritromycine en azitromycine

- clindamycine

- amoxicilline / clavulaanzuur

- metronidazol

- clindamycine + rifampicine

- clindamycine + ciprofloxacine

- clofazimine

 

Anti-inflammatoire middelen

- dapsone

- prednison

- ciclosporine

 

Anti-acne middelen

- isotretinoÔne

- acitretine


Hormonale behandeling

- Antiandrogenen

     - cyproteronacetaat (Androcurģ)

     - cyproteron/Ethinylestradiol (Diane 35ģ)

     - spironolacton

- Suppressie ovaria

     - gecombineerde OAC met oestrogenen en progestagenen

     - niet androgene progestagenen

     - oestrogenen

     - oestrogenen ter verhoging SHBG

- Overige

    - 5α-reductase inhibitie

            - finasteride (Proscar ģ)

            - dutaseride (Avodart ģ)

    - zinksulfaat capsules

 

TNF alpha remmers

- infliximab (Remicadeģ)

- adalimumab (Humiraģ)

- etanercept (Enbrelģ)

 

 

C. CHIRURGISCH INGRIJPEN

 

- incisie en drainage

- deroofing

- excisie van kleine of grote gebieden

      - primair sluiten

      - openlaten genezing per secundam

      - VAC therapie (vacuum assisted closure)

      - split skin graft

      - zwaailap

- CO2 laser evaporatie

 

 

D. OVERIGE

 

- radiotherapie

- laser epilatie (Neodynium YAG laser)

- botuline toxine

- PDT (photodynamische therapie)

 

 

E. LEEFMAATREGELEN

- stoppen met roken

- afvallen

 

 

OmhoogA. LOKALE THERAPIEňN

 

Lokale therapie

Beginnende laesies kunnen worden behandeld met lokale therapie. Deze middelen hebben minimale bijwerkingen en kunnen door de patiŽnt zelf worden toegepast, ook preventief. Lokale therapie kan als monotherapie worden toegepast maar kan tot zelfs betere resultaten leiden als het met andere lokale middelen gecombineerd wordt. Dit kan eventuele systemische therapieŽn en chirurgische ingrepen voorkomen.

 

 

Resorcinol

Resorcinol is een fenol derivaat, dat al meer dan 100 jaar binnen de dermatologie wordt gebruikt. Vanwege de jeukstillende en voornamelijk keratolytische effecten wordt het tegenwoordig vooral als middel met een peeling effect gebruikt, in verschillende concentraties variŽrend van 5-15% opgelost in crŤme of hydrogel. Over de peelende effecten van resorcinol bestaat twijfel, voornamelijk bij het gebruik van concentraties onder de 10%. Bij gebruik van hogere concentraties vanaf 15% oplopend tot 35-50% is er sprake van een sterk peelend effect, maar vooral deze laatste concentraties worden vanwege de kans op systemische toxiciteit niet gebruikt.

Resorcinol grijpt aan op de folliculaire keratine plug, hetgeen tegenwoordig wordt gezien als primaire stap in het ontstaan van hidradenitis suppurativa.

Lokale bijwerkingen bestaan uit irritatie, zoals roodheid en schilfering, en (omkeerbare) verkleuring van de behandelde huid. Systemische bijwerkingen zijn uiterst zeldzaam. Er bestaan enkele case reports over het gebruik van grote hoeveelheden resorcinol in hoge concentraties (40-50%), waarbij zweten, duizeligheid, collaps, paarszwarte urine en hyperthyreoÔdie werden gemeld. Bij babyís kunnen acute vergiftigingen met fatale afloop optreden na percutane absorptie van resorcinol. Uit de beschikbare literatuur kan geconcludeerd worden dat het gebruik van concentraties tot 20 % als veilig mag worden beschouwd.

In Nederland is resorcinol 5% crŤme FNA en resorcinol 5% hydrogel FNA als monopreparaat en resorcinol/salicylzuurcrŤme FNA als combinatiepreparaat verkrijgbaar. Vooral dit laatste middel kan eventueel in de behandeling van acne vulgaris worden ingezet. Resorcinol crŤme kan in hogere concentraties ook magistraat bereid worden (resorcine 10-15% in lanette crŤme).

In pubmed is gezocht naar evidence door gebruik te maken van de volgende zoektermen:

hidradenitis suppurativa, acne ectopica, acne inversa, resorcinol, resorcine.

 

Boer et al. publiceerde zeer recent een pilot studie waarbij 12 vrouwen met langdurig bestaande hidradenitis suppurativa (Hurley stadium 1 of 2) gedurende meer dan 12 maanden ten tijde van een persisterende laesie 1dd en in geval van een flare 2dd op de ontsteking resorcinol 15% (in olie/water crŤme) gebruikten (Boer 2009). Hierbij werd er duidelijk een afname in de pijn en een afname in de duur van de ontstekingen gezien. Als bijwerkingen werden reversibele bruine verkleuring en schilfering gemeld.

 

Conclusies

Niveau 3

Resorcinol 15% kan als onderhoudsbehandeling een aanvullend effect hebben, het vermindert de duur van de laesies en de pijn bij milde tot matig ernstige hidradenitis suppurativa.

 

C      Boer 2009

 


Aanbevelingen

Resorcinol in hoge concentraties (10-15%) kan worden gebruikt als ondersteunende behandeling van milde tot matig ernstige HS.

 

 

Literatuur

-   Resorcinol. Resorcinol/salicylzuur. Farmacotherapeutisch Kompas 2009.

-   Boer J, Jemec GBE. Resorcinol peels as a possible self-treatment of painful nodules in hidradenitis suppurativa. Clin Dermatology 2010; 35:36-40.

-   Boer j, Dijkstra AT, Baar TJM, Meer JB van der. Hidradenitis suppurativa (acne inversa): lokale behandeling met resorcine. Ned Tijdschr Derm Venereol 2001; 11:348-349.

-   Boer J, Bos WH, Meer JB van der. Hidradenitis suppuratva (acne inversa): behandeling met deroofing en resorcine. Ned Tijdschr Derm Venererol 2004; 14:274-278.

 

 

AzelaÔnezuur

AzelaÔnezuur is een dicarbon-vetzuur en heeft verschillende biologische effecten zoals de inhibitie van mitochondriale oxidoreductasen, antiproliferatieve en cytotoxische effecten en verder ook antimycotische en bacteriostatische effecten (tegen Propionibacterium acnes). In de dermatologische praktijk wordt azelaÔnezuur gebruikt bij milde vormen van acne en rosacea en bij melasma, waarbij het de hyperpigmentatie tegengaat door remming van de groei van melanocyten en remming van het enzym dat de omzetting van tyrosine in melanine bevordert. In Nederland is azelaÔnezuur verkrijgbaar in de 20% crŤme vorm. Er worden weinig bijwerkingen beschreven. Soms (vooral tijdens de eerste 4 weken van de behandeling) kunnen lokale reacties zoals erytheem, schilfering, jeuk en brandend gevoel verwacht worden. AzelaÔnezuur wordt genoemd als mogelijk ondersteunend werkzaam bij sommige patiŽnten (Jemec 2006), maar er zijn geen studies naar verricht.

 

Overwegingen

Omdat er geen studies zijn gedaan naar de effectiviteit van lokaal azelaÔnezuur bij hidradenitis suppurativa, wordt deze behandeling niet aanbevolen.

 

 

Literatuur

-   Breathnach AS. Azelaic acid: potential as a general antitumoural agent. Medical Hypotheses 1999;52:221-226.

-   Jemec G, Revuz J, Leyden J. Hidradenitis Suppurativa (Springer) 2006:157.

-   Topert M, Rach P, Siegmund F. Pharmacology and toxicology of azelaic acid. Acta Dermatol Venereol Suppl 1989;143:14-19.

-   Passi S, Picardo M, Mingrone G, Breathnach AS, Nazazaro-Porro M. Azelaic acid- biochemistry and metabolism. Acta Dermatol Venereol Suppl 1989;143:8-13.

-   Farmacotherapeutisch Kompas 2009. AzelaÔnezuur.

 


OmhoogAntibiotica

 

Clindamycine lokaal

Clindamycine, behorend tot de lincomycinen, is een bacteriostatisch antimicrobieel middel, dat werkt door middel van inhibitie van de eiwitsynthese. Daarnaast onderdrukt het de door de complement-cascade tot stand gebrachte chemotaxis van polymorfe nucleaire leukocyten. Dit leidt tot een verminderde inflammatie. Clindamycine is werkzaam tegen Grampositieve bacteriŽn zoals Staphylococcus en Streptococcus, en ook tegen een aantal anaerobe bacteriŽn zoals Propionibacterium acnes (Akhavan 2003).

Clindamycine 1% als lokale behandeling voor acneÔforme aandoeningen is in Nederland verkrijgbaar als gel en lotion. Het wordt tot tweemaal daags voorgeschreven. Daarnaast is er ook een combinatiepreparaat benzoylperoxide/clindamycine verkrijgbaar. Bijwerkingen die gemeld worden bestaan uit lokale irritatie en roodheid, jeuk, droogheid en klachten van branderigheid. Er zijn twee gevallen beschreven van pseudomembraneuze colitis na lokale behandeling met clindamycine (Parry 1986, Riley 1995, Milstone 1981).

In pubmed is gezocht naar evidence door gebruik te maken van de volgende zoektermen: hidradenitis suppurativa, acne inversa, acne vulgaris en clindamycin.

 

Clemmensen OJ et al. hebben een randomised controlled trial gepubliceerd over het gebruik van lokale 1% clindamycine versus placebo (Clemmensen 1983). Lokale clindamycine is significant beter dan placebo bij de overall beoordeling. Als de uitkomstmaten apart worden genomen blijkt clindamycine bij alle uitkomstmaten beter te zijn dan placebo met uitzondering van het aantal inflammatoire noduli en abcessen in de 2e en 3e maand.

Er werden geen bijwerkingen beschreven.

 

Jemec et al. heeft een dubbelblinde gerandomiseerde trial gepubliceerd waarbij de systemische behandeling met tetracyclines vergeleken is met de behandeling middels lokale clindamycine bij patiŽnten met milde tot matig ernstige hidradenitis suppurativa (Hurley stadium 1 en 2 ). Er wordt geen significant verschil in effectiviteit waargenomen tussen tetracycline 2 dd 500 mg en clindamycine 1% lotion (Jemec 1998).

 

Conclusies

Niveau 2

 

In een gerandomiseerde studie is bij clindamycine 1 % lotion enig effect beschreven in de behandeling van milde tot matig ernstige (Hurley stadium 1 en 2) hidradenitis suppurativa.

 

B      Clemmensen 1983

 

Niveau 2

 

Lokale clindamycine 1% lotion is qua effectiviteit gelijk aan systemische behandeling met tetracycline 1 g per dag bij de behandeling van milde tot matig ernstige hidradenitis suppurativa.

 

B     Jemec 1998

 

 

Overige overwegingen

In de eerste studie wordt gesuggereerd dat clindamycine waarschijnlijk een meer symptomatisch dan curatief effect heeft. Het zou dat een zinvolle en aanvullende behandeling zijn voorafgaand of tijdens chirurgische interventie. In de tweede studie werd in ieder geval weinig effectiviteit van clindamycine en tetracycline gezien.

 

Literatuur

-   Akhavan A, Bershad S. Topical acne drugs: review of clinical properties, systemic exposure, and safety. Am J Dermatol 2003;4:473-492.

-   Clindamycine. Farmacotherapeutisch kompas 2009.

-   Parry MF, Rha CK. Pseudomembranous colitis caused by topical clindamycin phosphate. Arch Dermatol 1986;122:583-584.

-   Riley TV, Golledge CL. Clindamycin and pseudomembranous colitis. The Lancet 1995;346:639.

-   Milstone EB, McDonald AJ, Scholhamer CF Jr. Pseudomembranous colitis after topical application of clindamycin. Arch Dermatol 1981;117:154-155.

-   Clemmensen OJ. Topical treatment of hidradenitis suppurativa with clindamycin. Int J Dermatol 1983;22:325-328.

-   Jemec GB, Wendelboe P. Topical clindamycin versus systemic tetracycline in the treatment of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 1998;39:971-974

 

 

 

OmhoogB. SYSTEMISCHE THERAPIEňN

 

Systemische behandeling met clindamycine + rifampicine

Clindamycine als systemische therapie is verkrijgbaar in Nederland als capsules van 150 mg en 300 mg en als suspensie (als palmitaathydrochloride) 80 ml (15 mg/ml), beide voor oraal gebruik, en als injectievloeistof van 150 mg/ml in ampullen van 2 en 4 ml voor intraveneus gebruik. Als bijwerkingen worden voornamelijk diarree en meer specifiek pseudomembraneuze colitis gemeld (Parry 1986, Riley 1995).

Rifampicine is een breedspectrum bactericide antibacterieel middel dat de groei remt van het overgrote deel van de grampositieve bacteriŽn en ook veel gramnegatieve micro-organismen. Het heeft een zeer sterke werking tegen zowel Staphyococcus aureus als coagulase-negatieve stafylokokken. Het werkingsmechanisme is gebaseerd op het blokkeren van het DNA-afhankelijke RNA-polymerase bij de bacterie. Gezien het feit dat er snel resistentie ontstaat tegen rifampicine, indien gebruikt als monotherapie, wordt combinatiebehandeling met een ander anti-staphylococcen antibioticum sterk aanbevolen.

Rifampicine is in Nederland verkrijgbaar als capsules van 150 en 300 mg en als dragee van 600 mg. Het is eveneens op de markt als combinatiepil met isoniazide  en wordt bij de behandeling van tuberculose ingezet. Als bijwerkingen worden voornamelijk misselijkheid, buikpijn en diarree gemeld, maar ook ernstigere bijwerkingen zoals levertoxiciteit, hematologische reacties en influenza-achtige syndromen zijn beschreven.

In pubmed is gezocht naar evidence door gebruik te maken van de volgende zoektermen: hidradenitis suppurativa, acne inversa, en clindamycin, lincomycin, rifampicin

 

Medonca et al. heeft een retrospectieve studie gedaan naar de behandeling met de combinatie rifampicine (2 dd 300 mg) en clindamycine (2 dd 300 mg). Van de 14 patiŽnten hebben 8 patiŽnten daadwerkelijk deze combinatie gedurende 10 weken gebruikt en bij alle patiŽnte werd een complete remissie bewerkstelligd gedurende 1-4 jaar na staken van de behandeling (Medonca 2005). Als bijwerking werd diarree beschreven. Dit heeft er toe geleid dat er 2 patiŽnten tijdens de behandeling gestopt zijn met clindamycine en dit vervangen hebben door minocycline.

 

Van der Zee et al (2009) heeft een retrospectieve studie gedaan naar de combinatie behandeling clindamycine en rifampicine volgens 5 verschillende doseerschemaís (23/34 behandelde patiŽnten kregen clindamycine 2 dd 300 mg en rifampicine 2 dd 300 mg). Bij 28 van de 34 patiŽnten (en 20 van de 23 volgens standaard doseerschema) was er sprake van partiele dan wel totale verbetering. Dertien van de 23 patiŽnten bereikten totale remissie maar 8 daarvan kregen gemiddeld na 5 maanden na staken van de therapie een recidief. Als voornaamste bijwerking werd eveneens diarree genoemd, met als gevolg dat hierdoor 6 patiŽnten om deze reden gestopt zijn met de therapie

 

Gener et al (2009) deed een retrospectieve, observationele studie naar de effecten van het gebruik van de combinatie clindamycine 2 dd 300 mg en rifampicine 1 dd 600 mg bij patiŽnten met hidradenitis suppurativa beoordeeld door 1 clinicus. De belangrijkste uitkomstmaat was de beoordeling van de ziekte activiteit mbv de Sartoriusscore. Er werd een significante afname in de score gezien. Ook andere uitkomstmaten zoals Hurley gradatie, pijn score en suppuratie score, maar ook de beoordeling van de patiŽnt en de Skindex lieten allemaal significante verbetering zien. Ook bij deze patiŽnten werden maag- en darmklachten als meest frequente bijwerkingen gemeld

 

Conclusies

Niveau 3

 

De combinatie therapie van rifampicine en clindamycine lijkt effectief te zijn.

 

B      Mendonca 2005

C      van der Zee 2009, Gener 2009

 

Aanbevelingen

Bij patiŽnten met ernstige hidradenitis suppurativa die niet of onvoldoende reageren op behandeling met tetracyclines is het aan te bevelen om als volgende stap de combinatie van rifampicine en clindamycine voor te schrijven gedurende enkele (2-4) maanden.

 

 

Overwegingen

Gezien de ontwikkeling van resistentie bij rifampicine als monotherapie wordt een combinatie met een ander antibioticum gericht op stafylokokken, zoals clindamycine, geadviseerd. Clindamycine is daarnaast ook effectief tegen anaerobe bacteriŽn.

Bij de overweging om de combinatiebehandeling van rifampicine met clindamycine te starten, moet rekening gehouden worden met het optreden van diarree als veelvuldig gerapporteerde bijwerking.

Er zijn geen vergelijkende studies bekend. Onderzoek is daarom sterk aan te bevelen.

 

 

OmhoogLiteratuur

-   Clindamycine. Farmacotherapeutisch kompas 2009.

-   Riley TV, Golledge CL. Clindamycin and pseudomembranous colitis. The Lancet 1995;346:639.

-   Parry MF, Rha CK. Pseudomembranous colitis caused by topical clindamycin phosphate. Arch Dermatol 1986;122:583-584.

-   Tsankov N, Angelova I. Rifampicin in dermatology. Clin Dermatol 2003;21:50-55.

-   Arditi M, Yogev R. In vitro interaction between rifampicin and clindamycin against pathogenic coagulase-negative staphylococci. Antimicrob agents Chemother 1989;33:245-247.

-   Mendonca C, Griffiths C. Combination therapy with clindamycin and rifampicin is effective for hidradenitis suppurativa. Poster at the American Academy of Dermatology Annual Meeting 2005.

-   Faye O, Poli F, Gabison G, Pouget F, Wolkenstein P, Revuz J. Association rifampicine-clindamycine dans l'hidradenite suppuree. Annales de dermatologie et de venereologie 2005;132(supp 3):C106.

-   van der Zee H, Boer J, Prens E, Jemec GBE. The effect of combined treatment with oral clindamycin and oral rifampicin in patients with hidradenitis suppurativa. Dermatology 2009;219:143-147.

-   Gener G et al. Gener G, Canoui-Poitrine F, Revuz JE, Faye ), Poli F, Gabison G, Pouget F, Viallette C, Wolkenstein P, Bastuji-Garin S. Combination therapy with clindamycin and rifampicin for hidradenitis suppurativa: a series of 116 consecutive patients. Dermatology 2009;219:148-154.


OmhoogTetracyclinen

Tetracyclinen (tetracyclinen, doxycycline en minocycline) zijn effectief bij acne vulgaris en worden ook bij hidradenitis suppurativa gebruikt (Goldschmidt 1993). Er bestaat de indruk dat deze middelen enig effect hebben op de ontstekingen bij hidradenitis suppurativa en mogelijk nieuwe laesies in een vroeg stadium kunnen voorkomen. Deze indruk is gebaseerd op algemene klinische ervaringen en meningen van experts (Jemec 2004).

Er zijn geen studies bekend waarin de effectiviteit van de tetracyclinen bij HS systematisch is onderzocht. Wel zijn tetracyclinen soms gebruikt als controlegroep, daarmee suggererend dat ze beschouwd worden als een gangbare therapie (Jemec 1998).

Naast het effect van tetracyclinen op bacteriŽn hebben ze ook een anti-inflammatoir neveneffect (Sapadin 2006). Het precieze mechanisme daarvan is onderwerp van studies. Recent is de hypothese beschreven dat tetracyclinen een metalloproteinase remmen dat betrokken is bij de synthese van TNF-alpha (De Paiva 2006). Dat het ontstekingsremmende effect substantieel is blijkt uit een studie waarbij doxycycline als adjuvante therapie bij de behandeling van reuma is gebruikt (O'Dell 2006).

 

Overwegingen

Hoewel evidence ontbreekt, is de indruk van de werkgroep dat tetracyclinen een therapeutisch effect hebben bij milde vormen van hidradenitis suppurativa.

 

Literatuur

-   De Paiva CS, Corrales RM, Villarreal AL et al. Corticosteroid and doxycycline suppress MMP-9 and inflammatory cytokine expression, MAPK activation in the corneal epithelium in experimental dry eye. Exp Eye Res 2006; 83:526.

-   Goldsmith PC, Dowd PM. Successful therapy of the follicular occlusion triad in a young woman with high dose oral antiandrogens and minocycline. J R Soc Med 1993;86:729-730.

-   Jemec GB, Wendelboe P. Topical clindamycin versus systemic tetracycline in the treatment of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 1998;39:971-974.

-   Jemec GB. Medical treatment of hidradenitis suppurativa. Expert Opin Pharmacother 2004;5:1767-1770.

-   O'Dell JR, Elliott JR, Mallek JA et al. Treatment of early seropositive rheumatoid arthritis: doxycycline plus methotrexate versus methotrexate alone. Arthritis Rheum 2006;54:621-627.

-   Sapadin AN, Fleischmajer R. Tetracyclines: Nonantibiotic properties and their clinical implications. J Am Acad Dermatol 2006;54:258-265.

 

 

OmhoogOverige antibiotica

Bij episodes van acute ernstige infecties (diepe pijnlijke abcessen, cellulitis, koorts) kunnen kortdurende behandelingen met antibiotica zoals flucloxacilline, amoxicilline/clavulaanzuur, clarithromycine, metronidazol of clindamycine gegeven worden. Een eventuele onderhoudsbehandeling met tetracyclinen moet dan tijdelijk onderbroken worden.

 

 

Dapson

Dapson (diaminodifenylsulfon, diafenylsulfon, DDS) werkt bacteriostatisch op M. leprae, door interferentie met het foliumzuurmetabolisme. Daarnaast heeft het een nog niet geheel opgehelderde invloed op een aantal inflammatoire aandoeningen, mogelijk via remming van de neutrofiele granulocyten chemotaxis. Dapson wordt bij veel aandoeningen genoemd als mogelijke optie zonder dat er uitgebreide studies beschikbaar zijn. Het is geregistreerd voor lepra en dermatitis herpetiformis. Verder wordt dapson genoemd als mogelijke optie bij hidradenitis suppurativa. Dapson (diafenylsulfon) is verkrijgbaar in deelbare tabletten ŗ 100 mg. De voornaamste bijwerkingen van dapson zijn dosis-gerelateerde hemolytische anemie, gewoonlijk mild (bij G6PD-deficiŽntie vaak ernstig, soms hemolytische crisis), methemoglobinemie en agranulocytose. Verder ook lever- en nierfunctiestoornissen, gastro-intestinale klachten en neurologische bijwerkingen zoals hoofdpijn, perifere neuropathie en psychosen. Deze bijwerkingen treden echter zelden op, over het algemeen is Dapson een veilig medicijn.

 

Samenvatting van de literatuur

Hofer et al (2001) publiceerden een retrospectieve studie van 5 vrouwelijke patiŽnten die behandeld werden met dapson variŽrend van 25-100 mg/dag. Er werd door de patiŽnt een vragenlijst over de ernst van de HS ingevuld en een vragenlijst over het succes van de behandeling met dapson. Binnen 2-4 weken na start van de dapson werd een vrijwel complete remissie van de symptomen bij alle 5 patiŽnten bereikt. Er werden geen noemenswaardige bijwerkingen gemeld.

Kaur et al (2006) publiceerde een retrospectieve studie van 5 patiŽnten die tussen 2002 en 2005 behandeld werden met dapson in een dagelijkse dosis variŽrend van 25-150 mg. De patiŽnten werd gevraagd een vragenlijst in te vullen met betrekking tot de pijn, frequentie en duur. Ze bemerkten een verbetering bij alle 5 patiŽnten binnen 4-12 weken na start van de behandeling. Alle patiŽnten kregen daarna een onderhoudsbehandeling tussen 50 en 150 mg per dag. De gemiddelde follow-up duur was 24 maanden. Er werden geen significante bijwerkingen gemeld.

 

Conclusies

Niveau 3

 

Dapson is mogelijk een alternatieve therapeutische optie in de behandeling van (therapieresistente) hidradenitis suppurativa. Het aantal patiŽnten waarover gepubliceerd is, is echter zeer klein (n=10).

 

C      Hofer 2001, Kaur 2006

 

Aanbevelingen

Dapson kan geprobeerd worden bij patiŽnten met hidradenitis suppurativa waarbij andere therapieŽn niet werkzaam zijn of gecontra-indiceerd. Controle van labwaarden (bloedbeeld) tijdens behandeling is nodig, en voorafgaande screening op G-6-PD deficiŽntie wordt aangeraden.

 

 

Literatuur

-   Hofer T, Itin PH. Acne inversa: a dapsone-sensitive dermatosis. Hautarzt 2001;52:989-992.

-   Kaur MR, Lewis HM. Hidradenitis suppurativa treated with dapsone: a case series of five patients. J Dermatolog Treat 2006;17:211-213.

-   Wolf R, Matz H, Orion E, Tuzun B, Tuzun Y. Dapsone. Dermatology Online Journal 2002;8:2.


 

 

OmhoogCorticosteroÔden systemisch

In oudere publicaties over HS wordt gesuggereerd dat tijdelijke immuunsuppressie met systemische corticosteroÔden gunstig kan zijn voor het welzijn van patiŽnten met hidradenitis suppurativa (Kipping 1970). Gerandomiseerde en gecontroleerde studies naar het gebruik van corticosteroÔden in de behandeling van hidradenitis suppurativa zijn echter nog nooit gedaan. De ervaring is dat corticosteroÔden tijdens een opvlamming van de ontsteking de klachten kunnen verlichten (Jemec 2006). Een gebruikelijke dosering is 0.5-0.7 mg/kg. Dit kan in de loop van enkele weken afgebouwd worden en eventueel vervangen door andere vormen van immuunsuppressieve behandelingen. Veelal wordt een behandeling met corticosteroÔden toegepast in combinatie met andere systemische therapieŽn zoals antibiotica.

 

Overwegingen

Op basis van ervaringen zou een kortdurende behandeling met systemische corticosteroiden tijdens een opvlamming een zinvolle behandeling zijn. Bij voorkeur in combinatie met antibiotica. Voor langdurige behandelingen gaat de voorkeur uit naar andere vormen van systemische therapieŽn.

 

Aanbevelingen

Systemische corticosteroÔden zijn niet geschikt als onderhouds of lange termijn behandeling voor hidradenitis suppurativa. Incidenteel gebruik voor korte perioden (enkele weken) kan zinvol zijn bij opvlammingen.

 

 

Literatuur

-   Kipping HF. How I treat hidradenitis suppurativa. Postgrad Med 1970;48:291-292.

-   Jemec G, Revuz J, Leyden J. Hidradenitis Suppurativa (Springer) 2006:138-140.

 

 

OmhoogCorticosteroÔden intralesionaal

Het doel (van intralesionaal gebruik) van corticosteroÔden is om de inflammatie snel te reduceren. Intralesionaal corticosteroÔd gebruik heeft als belangrijke bijwerking het veroorzaken van atrofie van de dermis, hetgeen in het geval van sinussen die gelegen zijn in de dermis juist een positief effect zou kunnen hebben.

 

Samenvatting van de literatuur

Er is geen gecontroleerde studie verricht naar het gebruik van intralesionale corticosteroÔden bij hidradenitis suppurativa, maar wel bij acne cystica/conglobata. Hierbij heeft het een gunstig resultaat (Levine 1983).

 

Overwegingen

Gezien de beschreven effectiviteit bij andere vormen van acne en het feit dat systemische corticosteroÔden bij HS soms kortdurend verlichting geven, kan men aannemen dat intralesionale corticosteroÔden (triamcinolon 10 mg/ml) incidenteel kunnen worden toegepast ter verlichting van inflammatoire reacties rond matig ernstige hidradenitis laesies. Voorwaarde is dat er geen sprake is van een bacteriŽle infectie.

 

 

Literatuur

-   Levine RM, Rasmussen JE. Intralesional corticosteroids in the treatment of nodulocystic acne. Arch Dermatol 1983;119:480-481.

-   Jansen T, Romiti R, Plewig G, Altmeyer P. Disfiguring draining sinus tracts in a female acne patient. Pediatric Dermatology 2000;17:123-125.

 

 

OmhoogCiclosporine en methotrexaat

 

Samenvatting van de literatuur

Er zijn 3 case reports verschenen over in totaal maar 4 patienten met HS die behandeld werden met ciclosporine. In alle gevallen betrof het patiŽnten die langer bestaande en therapieresistente hidradenitis hadden. Het effect was matig bij 1 patient (Gupta 1990) en redelijk tot positief bij 3 andere patiŽnten (Buckley 1995, Rose 2006).

Jemec et al. onderzochten het effect van methotrexaat als monotherapie bij HS; dit bleek niet effectief (Jemec 2002).

 

Aanbevelingen

Gezien de afwezigheid van grotere studies omtrent het gebruik van ciclosporine bij ernstige en therapieresistente hidradenitis suppurativa, wordt deze behandeling niet aanbevolen.

Methotrexaat is niet effectief bij hidradenitis suppurativa.

 

 

Literatuur

-   Buckley DA, Rogers S. Cyclosporin-responsive hidradenitis suppurativa. J R Soc Med 1995;88:289P-290P.

-   Rose RF, Goodfield MJ, Clark SM. Treatment of recalcitrant hidradenitis suppurativa with oral ciclosporin. Clin Exp Dermatol 2006;31:154-155.

-   Gupta AK, Ellis CN, Nickoloff BJ et al. Oral cyclosporine in the treatment of inflammatory and noninflammatory dermatoses. A clinical and immunopathologic analysis. Arch Dermatol 1990;126:339-350.

-   Jemec GB. Methotrexate is of limited value in the treatment of hidradenitis suppurativa. Clin Exp Dermatol 2002;27:528-529.

 

 

OmhoogIsotretinoÔne

IsotretinoÔne behoort net als acitretine en etrinate tot de orale retinoÔden. Zie voor de eigenschappen van isotretinoÔne onder acne vulgaris. IsotretinoÔne is effectief bij acne vulgaris, maar het effect op de ontstekingen en fistelvorming bij hidradenitis suppurativa valt tegen. Er zijn meerdere artikelen verschenen waarin wordt gerapporteerd dat het niet of onvoldoende werkt.

 

Samenvatting van de literatuur

Dicken et al. hebben een observationele studie gedaan bij 8 patiŽnten met langer bestaande ernstige hidradenitis suppurativa. Bij de helft van deze patiŽnten werd een significante klinische verbetering gezien, ook na 2 maanden na het staken van de behandeling. Er was sprake van minimale bijwerkingen. De effectiviteit werd groter bij doseringen > 0.9 mg/kg/dag (Dicken 1984).

Boer et al. deden een retrospectieve studie bij 68 patiŽnten met langer bestaande milde tot ernstige hidradenitis die in de afgelopen 10 jaar gedurende 4-6 maanden met orale isotretinoÔne (0.50-0.81 mg/kg/dag) als monotherapie werden behandeld. Er was bij 16 patiŽnten sprake van volledige genezing aan het eind van de behandeling en hiervan bleven 11 patiŽnten klachtenvrij t/m het eind van de follow-up periode (max 107 mnd). De mate van respons was afhankelijk van de mate van ernst van de ziekte (Boer 1999).

Soria et al. hebben een retrospectieve studie gedaan bij 358 patiŽnten die tussen 1999 en 2006 behandeld werden ivm hidradenitis. Er waren in die tijd 88 patiŽnten die isotretinoÔne hadden gebruikt. De status van de ernst van de ziekte werd beoordeeld door de patient. Slechts 16.1% sprak over verbetering, 77 % over stabiele ziekte en 6.9% over verslechtering (Soria 2009).

 

Conclusies

Niveau 3

 

Er is onvoldoende bewijs dat met isotretinoÔne een significante verbetering kan worden bereikt bij hidradenitis suppurativa.

 

C      Dicken 1984, Boer 1999, Soria 2009

 

Aanbevelingen

In de behandeling van hidradenitis suppurativa is geen rol weggelegd voor oraal isotretinoÔne.

 

 

Literatuur

-   Jones DH, Cunliffe WJ, King K. Hidradenitis suppurativa- lack of success with 13-cis-retinoic acid (letter). Br J Dermatol 1982;107:252.

-   Dicken CH, Powell ST, Spear KL. Evaluation of isotretinoin treatment of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 1984;11:500-502.

-   Norris JFB, Cunliffe WJ. Failure to treatment of familial widespread hidradenitis suppurativa with isotretinoin. Clin Exp Dermatol 1986;11:579-583.

-   Brown CF, Gallup DG, Brown VM. Hidradenitis suppurativa of the anogenital region: response to isotretinoin. Am J Obstet Gynaecol 1988;158:12-15.

-   Mengesha YM, Holcombe TC, Hansen RC. Prepubertal hidradenitis suppurativa: two case reports and review of the literature. Pediatr Dermatol 1999;16:292-296.

-   Boer J, Gemert van MJP. Long-term results of isotretinoin in the treatment of 68 patients with hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 1999;40:73-76.

-   Soria A, Revuz J. Absence of efficacy of oral isotretinoin in hidradenitis suppurativa: a retrospective study based on patientsí outcome assessment. Dermatology 2009;218:134-135.

 

 

OmhoogAcitretine

Acitretine is een synthetisch aromatisch analoog van retinoÔnezuur en de voornaamste werkzame metaboliet van etretinaat. Het therapeutische effect bestaat uit normalisatie van de epidermale celproliferatie, differentiatie en verhoorning. Acitretine heeft immuno-modulerende en anti-inflammatoire eigenschappen en is, gezien het grote effect op hyperkeratinisatie een goed alternatief voor isotretinoÔne in de behandeling van aandoeningen die gekenmerkt worden door een keratinisatiestoornis. In Nederland is dit middel verkrijgbaar onder de naam Neotigason in capsules van 10 en 25 mg.

Als bijwerkingen, welke dosisafhankelijk zijn, worden voornamelijk alopecie en mucocutane symptomen zoals cheilitis en droge slijmvliezen gemeld, maar ook reversibele hypertriglycemie en hypercholesterolemie zijn frequent beschreven. Aangezien het medicijn net als isotretinoÔne, teratogeen is, is het gecontra-indiceerd bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd, tenzij adequaat gebruik van anticonceptiva wordt gemaakt (Farmacotherapeutisch kompas 2008, Pilkington 1992).

 

Samenvatting van de literatuur

Sheman en Hogan hebben beide een case report beschreven over de succesvolle behandeling van therapieresistente hidradenitis suppurativa met acitretine (beide patiŽnten hadden reeds isotretinoÔne gebruikt, zonder effect). Na ongeveer 4 maanden waren beide patiŽnten klachtenvrij (Scheman 2002, Hogan 1988).


Conclusies

Niveau 3

 

Er zijn twee casereports die suggereren dat met behandeling met acitretine een verbetering kan worden bereikt bij hidradenitis suppurativa.

 

C     Scheman 2002, Hogan 1988

 

Overwegingen

Er zijn aanwijzingen uit case reports dat acitretine mogelijk verbetering brengt, in gevallen waarin isotretinoÔne niet effectief bleek. Het aantal publicaties is te klein om een conclusie te trekken. Gezien de afwezigheid van (vergelijkende) studies zal behandeling met acitretine hooguit kunnen worden geprobeerd indien andere, beter onderbouwde therapieŽn tot onvoldoende resultaat hebben geleid.

 

 

Literatuur

-   Acitretine. Farmacotherapeutisch kompas 2009.

-   Pilkington T, Brogden RN. Acitretin. A review of its pharmacology and therapeutic use. Drugs 1992;43:597-627.

-   Scheman AJ. Nodulocystic acne and hidradenitis suppurativa treated with acitretin: a case report. Cutis 2002;69:287-288.

-   Hogan DJ, Light MJ. Succesful treatment of hidradenitis suppurativa with acitretin. J Am Acad Dermatol 1988;19:355-356

 

 

OmhoogFinasteride

Finasteride is een competitieve 5-α-reductaseremmer. De werking is gebaseerd op remming van de 5-α-reductase type II waardoor de omzetting van testosteron in dihydrotestosteron wordt geremd. Ter hoogte van de prostaat leidt dit tot afname van het prostaatvolume (aanwezigheid van dihydrotestosteron heeft hyperplasie van het prostaatepitheel tot gevolg), ter hoogte van de haarfollikel/ apocriene klier leidt dit tot afname van kaalheid (dihydrotestosteron heeft een cruciale rol in de ontwikkeling van kaalheid volgens het mannelijk patroon). Finasteride wordt in principe niet voorgeschreven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd in verband met kans op feminisatie van de mannelijke foetus, wanneer er sprake is van zwangerschap. In Nederland is het middel verkrijgbaar in 1 mg tabletten onder de naam Propeciaģ en als 5 mg tabletten onder de generieke naam en onder de naam Proscarģ. De 1 mg tabletten zijn geÔndiceerd bij de behandeling van alopecia androgenetica en de 5 mg tabletten worden gebruikt in de behandeling van benigne prostaathypertrofie.

Frequent optredende bijwerkingen, in het bijzonder de eerst negen maanden van gebruik, zijn erectiestoornissen en libidoverlies. Daarnaast worden diarree, hoofdpijn, gynaecomastie en overgevoeligheidsreacties gemeld (Farmacotherapeutisch kompas 2008, Eicheler 1995).

 

Samenvatting van de literatuur

Joseph et al. (2005) heeft een studie verricht, bij 7 patiŽnten met therapieresistente hidradenitis suppurativa, die gedurende 8-24 maanden behandeld werden met finasteride 5 mg/dag. Er werd bij 6 patiŽnten een significante verbetering gezien en zelfs bij 3 patiŽnten werd complete remissie bereikt. Bij 2 patiŽnten bleven de klachten zelfs 8-18 maanden na staken weg. Eťn patiŽnt heeft na 8 weken de behandeling in verband met pruritusklachten gestaakt. Verder werd bij 2 patiŽnten gevoeligheid en vergrote borsten gemeld.

Farrell et al. (1999) beschreef 2 casus, een over een 56-jarige man met langdurige therapieresistente perianale hidradenitis suppurativa en een casus van een 55-jarige postmenopauzale vrouw met sinds meer dan 30 jaar klachten van therapieresistente hidradenitis suppurativa ter plaatse van liezen en oksels. Beide personen meldden bij gebruik van 5 mg Finasteride per dag na respectievelijk 1 en 3 maanden significante verbetering.


Conclusies

Niveau 3

 

Van finasteride is bij een klein aantal patiŽnten met hidradenitis suppurativa een gunstig resultaat beschreven. Het totaal aantal patiŽnten is te klein om een oordeel te kunnen geven over het effect.

 

C      Farrell  1999, Joseph 2005

 

Overwegingen

Gebruik van finasteride wordt afgeraden bij zwangere vrouwen en bij vrouwen met een zwangerschapswens, gezien het risico op hypospadie bij de mannelijke foetus. Gezien de afwezigheid van goede vergelijkende studies, is finasteride geen voor de hand liggende keuze.

 

 

Literatuur

-   Finasteride. Farmacotherapeutisch Kompas.

-   Eicheler W, Dreher M, Hoffmann R, Happle R, AumŁller G. Immunohistochemical evidence for differential distribution of 5 alpha-reductase isoenzymes in human skin. Br J Dermatol 1995;133:371-376.

-   Joseph MA, Javaseelan E, Ganapathi B, Stephen J. Hidradenitis suppurativa treated with finasteride. J Dermatol Treat 2005;6:74-78.

-   Farrell AM, Randall VA, Vafaee T, Dawber RPR. Finasteride as a therapy for hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol 1999;141:1136-1152.

 

 

OmhoogCyproteronacetaat

Cyproteronacetaat is een progestageen met antiandrogene eigenschappen. Door competitief blokkeren van de androgeenreceptoren remt het de invloed van (zowel endo- als exogene) androgenen op de van androgenen afhankelijke organen en functies zoals huid (talgklieren, beharing), testes, prostaat, geslachtsdrift en spermatogenese. Cyproteronacetaat heeft ook een sterk anti-gonadotrope (hypofyseremmende) en progestatieve werking.

Cyproteronacetaat is in Nederland verkrijgbaar als tabletten van 10 en 50 mg en als injectievloeistof (100 mg/ml). Daarnaast zijn combinatiepreparaten verkrijgbaar zoals de combinatie cyproteronacetaat/E2 ( estradiol) en cyproteronacetaat/ethinylestradiol (bijv Diane 35 ģ). Bijwerkingen zijn veelal afwezig, maar gastro-intestinale klachten, neerslachtigheid en gewichtsveranderingen worden gemeld. Daarnaast droogheid van de huid door verminderde talgsecretie en libidoverlies.

Cyproteronacetaat wordt in de dermatologie als behandeling ingezet bij hirsutisme, ernstige acne vulgaris en alopecia androgenetica.

 

Mortimer et al. heeft een dubbelblinde gerandomiseerde cross-over studie gedaan naar het effect van cyproteronacetaat en naar de invloed van cyproteronacetaat op de circulerende androgenen in het bloed bij 24 vrouwen met hidradenitis suppurativa, waarbij er ethinylestradiol 50 Ķg/cyproteronacetaat 50 mg (CPA) werd vergeleken met ethinylestradiol 50 μg/norgestrel 500 μg (Eugynonģ, Schering) (E50) gedurende 12 maanden. De cross-over vond plaats na 6 maand. Er werd bij beide behandelingen een substantiŽle verbetering van de ziekte activiteit gezien, maar er werden geen onderlinge verschillen tussen beide behandelingen bemerkt (Mortimer 1986).

 

Sawers et al. heeft een ongecontroleerde studie gedaan gebaseerd op 4 cases van vrouwen die volgens het Hammersteinschema werden behandeld middels cyproteronacetaat 100 mg per dag gedurende de eerste 10 dagen van een cyclus (28 dagen) in combinatie met ethinylestradiol 50 μg per dag gedurende dag 1-21 van de cyclus. Op een bepaald moment werd de CPA verlaagd naar 50 mg/ dag waarbij er in 3 van de 4 patiŽnten verslechtering van het huidbeeld werd gezien (Sawers 1986).

 

Kraft et al deden een retrospectief onderzoek naar 64 vrouwen met hidradenitis suppurativa die behandeld waren met antibiotica of anti-androgenen. Zij concludeerden dat de effectiviteit van anti-androgenen beter was dan van antibiotica. Verder constateerden zij dat er in hun studiecohort bij 12.5% van de vrouwen aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van het polycysteus ovarium syndroom. Zij pleiten ervoor om vrouwen met HS daar systematisch op te screenen (Kraft 2007).

 

Conclusies

Niveau 3

 

Indien voldoende hoog gedoseerd zou cyproteronacetaat mogelijk effectief kunnen zijn in de behandeling van lang bestaande hidradenitis suppurativa bij vrouwen

 

B      Mortimer 1986

C      Sawers 1986

 

Overwegingen

Er zijn aanwijzingen uit kleine studies en case reports dat cyproteronacetaat bij vrouwen met HS verbetering kan brengen. Dit is te overwegen bij een subgroep van vrouwen waarbij het voorschrijven van antiandrogenen niet op onoverkomelijke bezwaren stuit. De doseringen die gebruikt zijn (50 tot 100 mg per dag) zijn fors en kunnen gepaard gaan met ernstige bijwerkingen zoals depressie.

 

 

Literatuur

-   Cyproteronacetaat. Farmacotherapeutisch kompas 2009.

-   Mortimer PS, Dawber  RPR, Gales MA, Moore RA. A double-blind controlled cross-over trial of cyproteronacetaat in females with hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol 1986;115:263-268.

-   Sawers SA, Randall VA, Ebling FJG. Control of hidradenitis suppurativa in woman using combined antiandrogen (cyproterone acetate) and oestrogen therapy. Br J Dermatol 1986;115:269-274.

-   Kraft JN, Searles GE. Hidradenitis suppurativa in 64 female patients: retrospective study comparing oral antibiotics and antiandrogen therapy. J Cutan Med Surg 2007;11:125-131.

 

 

 

 

31-12-2012